Schuilen



‘Schuilen’, inkt op papier, Barbara Jansma 2012



Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Beeldende kunst, tekening en getagged met , , , , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

20 reacties op Schuilen

  1. solidianne zegt:

    o is mooi! En weer veel bij te verzinnen

  2. Doe, Dé! Plek zat :-)

  3. Robelia zegt:

    Het is een mooie schilderinging van mijn nachtelijke dwalingen door Ferwert, een dorp ergens in Nederland. In de verte Hegebeintum..

  4. Het landschap trekt zich schielijk terug tot achter de dijken, tegen zoveel overmacht is zij niet opgewassen. Perspectief is een geinig ding :)

  5. Leuk, Robelia!

  6. nu het nog kan
    schuilen

  7. Ja, en waarom, waartegen, waaronder en waarachter, kun je je afvragen. Ik vind het maar raar. Er is nog veel over te zeggen…

  8. galmiers zegt:

    Ach mevrouw Jansma, er valt eigenlijk weinig te zeggen over de heer van Serooskerken, behalve dan misschien dat hij de oudste zoon is van Majoor van Serooskerken, of was hij kolonel, nou zoiets. Van Serooskerken Jr heeft een klein lichamelijk gebrek, zijn bijna genezen pukkeltje aan weerszijden schuin boven zijn snor. Jeugdpuistjes kunnen het onmogelijk zijn op zijn leeftijd en bovendien heeft hij het allang gedaan daar kunnen jeugdpuistjes niet tegen. Echter, in de ogen van tout Ferwert en ommelanden is van Serooskerken het toonbeeld van menselijke volmaaktheid. Mede door deze volmaaktheid is hij een geheimzinnig wezen maar ook wordt hij in Ferwert en niet te vergeten Hegebeintum gezien als een knappe en sympathieke verschijning. Zijn jeugdigheid heeft hij mede te danken aan de ruitersport en het hoogspringen, activiteiten die zijn lichaam altijd soepel hebben gehouden. De zachte lijnen van zijn neus en voorhoofd heeft hij van zijn moeder, de rauwe, vlezige mond en de kolenschoppen onder aan zijn armen van zijn vader, de snor is van hemzelf. De asymmetrie van zijn gezicht intrigeert. Zijn hele verschijning, zijn vage glimlach, de manier waarop hij reageert wordt door Fernwerders gekenschetst als hoffelijkheid. Zelfs als hij schunnige uitspraken doet, klinken ze uit zijn mond nog beleefd.
    Toch spreekt van Serooskerken niet zoveel, uit heel zijn wezen en zijn blikken spreekt een zekere verbazing of zelfs wel verwondering maar ook een grenzeloze nieuwsgierigheid vandaar ook dat hij graag wat schuilt bij de lantaarnpaal aan de Tjitske Habbemastraat met de blik op Hegebeintum. Alleen al bij de paal zelf kan hij zich verbijten, hij zou zijn burrmeisje Froukje eens vragen wat wild te breien voor deze paal die in de avondschemer iets wegheeft van een einder aan de kim.
    Zo ’s avonds was de geest van zijn vader, het gefilterde restant van een zekere militaire denkwijze, in hem werkzaam. Daarom was hij graag alleen, een voor allen en allen voor een, en die ene was hij.

  9. Galmiers, ik moet mij verexcuseren, meestal probeer ik toch de onderwerpen wat anoniem te houden om misverstanden te voorkomen. Gelukkig, inderdaad, valt er over deze heer niet veel te vermelden, zoals u uitgebreid afgemeten heeft. Neemt niet weg dat een inkijkje in het maatschappelijke wel en wee van een gehucht elders in het land vreselijk leerzaam is. Dank u!

  10. Robelia zegt:

    Ferwert en Hegebeintum zijn mij niet vriendeliujk gezind, mijn vertrek staat inmiddels vast. In de nachtelijke omzwervingen neem ik afscheid van iets wat mijn eindbestemming leek te zijn.
    Nog 29 dagen resten me hier in de leegte. De klei, de wind en de vele ganzen..ik zal ze missen.

  11. zaborie zegt:

    Schuilen…schuilen kun je hier niet in het schaduwrijk van Joosje.
    Dolen zal je met je zwart verteerde ledematen en er komt geen eind aan

  12. Abel Staring zegt:

    Ach, wat aardig van Barbara, om hier de arme geestelijke vader van Piet Paaltjens te schetsen.
    Hij staat hier op weg naar Leeuwarden en blikt nog even om naar Foudgum, waar hij stond, een predikant staat immers continu. O, die arme man, hij verhing zich uiteindelijk in de bedstede, maar nu was hij nog jong en ging op weg naar Leeuwarden. Maar niet zonder zijn gebruikelijke wanhoop. Hij laat een vlieger op in den hoge, maar is hij Abel, is hij Kain? Zal iemand daar hem ontwaren? Voor de zekerheid bracht hij het teken des kruises aan onder de vlieger en voor alle zekerheid liet hij de vlieger roken. Wij weten niet of hij contact kreeg. Wij weten wel hoe het afliep met die wandeling:

    Eens- wat regende het toen! � aanvaardde ik toch de tocht. Ik had mijn hondje � Snuif was zijn naam � meegenomen. Het beest liep achter mij aan een touw, met druipende oren en druipende staart. En ik voelde wel dat het arme dier zo zwaar werd, hoe langer hoe zwaarder, zodat ik het haast niet meer mee kon krijgen, en in Leeuwarden gekomen, bleek het verdronken te zijn�. Verdronken in de regen!

  13. Prachtige reacties en verhalen! Ik geniet me suf!

  14. joost tibosch sr zegt:

    Met mijn twee nog kleine jongens moest ik lang geleden schuilen bij een onverhoeds lang uitbrekend onweer op de open zeeuwse duinen. Hoe krijg jij het klaar om die angst en zorg in deze schets weer te geven? Volgens mij wist je dat niet eens!

  15. Moet je iets weten om iets te kennen? Denk van niet. Ik wist het niet nee.

  16. Letterzetter zegt:

    Hij reed al een tijd over de smalle weggetjes door het lege, kale land. De weg kwijt, hoe was dat in godesnaam mogelijk.

    Het uiterste noorden van het land had zo uitnodigend geleken, een paar jaar geleden toen hij hier was neergestreken. Er waren enkelen die hem voor waren gegaan, jaren geleden, met een huisje in Ee waar het na de drukte van de Randstad goed toeven was.
    Maar niet langer dan een weekend.
    Er was niets, geen bakker of slager laat staan een supermarkt. Hij moest een paar kilometer rijden naar Ferwert, het dichstbijzijnde dorp. En dan zijn huisje. Het leek zo idyllisch toen hij ging kijken. Het was hoogzomer, ruisende korenvelden, groene weiden met zwartbont vee, zicht tot aan de horizon, de Waddenzee achter de zeedijk weten…
    De prijs van het afgelegen zijn was hoog. Koken op propaangas, stoken met een houtkachel, water moest hij pompen. Geen krant ’s ochtends, werd niet bezorgd. De post kwam wel, maar dan was de krant een dag oud.
    En zijn boek wilde maar niet lukken.
    Hij was op zoek gegaan naar een drankwinkel, reed ervoor naar Holwerd en plaatste een bestelling waarvan de winkelier ondersteboven was. Hij kwam er nauwelijks de herfst mee door.
    De stugge mensen die hij tegen kwam kon hij niet verstaan. Een vriend suggereerde om Friese les te nemen, dan zou hij eerder contact krijgen met de mensen. Maar hij verkoos toch liever de eenzaamheid.
    Net eamelje, dat was één van de weinige Friese uitdrukkingen die hij had opgepikt van zijn vriend. Dat deed hij dan maar.

    Hij remde schielijk, er kwam hem een fietser tegemoet. Hij stapte uit, zwaaiend naar de man die gelukkig stopte. Hij vroeg de weg. De man keek bedenkelijk.
    “Euh.. twadde dyk links, dan rjochtút tot de brêge en dan… ja, rjochtsaf en dan trochride, jo sjogge it fansels.’
    Hij bedankte, de man stapte weer op z’n fiets en reed door.
    De lucht was inmiddels betrokken, er dreigde regen, zoveel verstand van het weer had hij hier wel gekregen. Hij reed op goed geluk door, had niet veel van de uitleg van de man begrepen.
    Toen hij vaart minderde voor een kruising, moest hij uitwijken voor een trekker die van rechts kwam. Hij stuurde de berm in, de motor sloeg af.
    Starten, in de eerste, koppeling op laten komen en het enige dat gebeurde, was dat hij nog verder weggleed richting de sloot. Hij stapte grommend uit en vloekte hartgrondig toen hij zag dat het rechter voorwiel zich diep in de weke modder had begraven.
    De trekker was in geen velden of wegen meer te bekennen. De duisternis begon nu ook in te vallen, de dreigende wolken waren zwart van de regen.
    Hij pakte zijn hoed van de achterbank en sloeg zijn kraag omhoog.
    Het druppelen hield op, het begon serieus te regenen.
    Hij liep in arren moede de weg af, in de verte zag hij de donkere vlekken van spaarzame bebouwing. Bij de volgende kruising stond een lantaren die een schamel schijnsel verspreidde in de natte duisternis. Het begon harder te regenen, hij trok zijn hoed dieper in de ogen.
    Het kleine bordje aan de kant van de weg met een pijl en de tekst ‘Hegebeintum’ zag hij over het oog.
    Kon ik maar ergens schuilen, dacht hij bitter toen de waterstraaltjes van de rand van zijn hoed begonnen te lopen.

  17. Zeer Fraai, Letterzetter!

    Krijg nouw wat, hier ontstaat een heus schrijvers-herinneringen en associatiebacchanaal…

  18. Letterzetter zegt:

    Het is besmettelijk, denk ik!
    Wil jij een typo verbeteren? ‘schamel schijnsel erspreidde’ moet zijn ‘schmel schijnsel verspreidde’, vierde regel van onderen.
    Maar nogmaals, jouw kunstwerken inspireren!

  19. Letterzetter zegt:

    Poeh, dubbel op ‘schamel’. Komt vermoedelijk door de warmte…

  20. Gedaan! En dank! En die inspiratie gaat alle kanten op en barst uit m’n voegen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s