Beppe Maaike: ‘Een gewone dag’ en ‘De Boekwinkel’

Ooit, lang geleden, heb ik illustraties gemaakt bij de verhalen van Beppe Maaike’s Ondraaglijke Vertellingen.
Dit manuscript is onbekend en onuitgegeven, waardoor nu alle pogingen in het werk worden gesteld dit werk aan de vergetelheid te ontrukken.
Vorig jaar, oktober meen ik, heb ik op het vk-blog iedereen uitgenodigd over een prent uit dit manuscript de gedachten te laten gaan. Dat was een prent bij het verhaal ‘Penelopé’. Het werd een schitterende verzameling proza en poëzie voorafgegaan van het originele verhaal waar de prent bij hoort. In december hebben we dat weer gedaan met ‘Mevrouw van der Pol’. Ook dit werd een overweldigend schoons, ook met het originele verhaal erbij. Later zal ik deze uitspattingen hier herpubliceren.

Maar nu eerst, de derde ronde, in januari bood ik twee prenten aan, uit het verhaal ‘De gewone dag’ en ‘De boekwinkel’. Op het vk-blog zijn de bijdragen op de blogs van de respectievelijke deelnemers geplaatst, inmiddels ook op sommige nieuwe blogsteks, maar graag wil ik de verzameling weer in alle grootsheid tonen, arm in arm. De oorspronkelijke verhalen volgen later.

Met grote dank aan Beppe Maaike, aan alle deelnemers, aan alle geïnteresseerden.

En nu weer lekker achteroverleunen en genieten…

"De Boekwinkel" uit Beppe Maaike's Ondraaglijke Vertellingen, ill. B. Jansma

"De gewone dag" uit Beppe Maaike's Ondraaglijke Vertellingen, ill B.Jansma

————————————————————————————————————————————-

Het Geestig Boek
zij bezocht de winkel om de hoek
wekelijks wel een keer of zes
op zoek steeds naar ’t laatste boek
zij was een dwangmatig lezeres
zij las van kunst en romantiek
zij las gedichten en verhalen
zij las van de bijbel, van muziek
en zij las zelfs in vreemde talen
slechts aan een boek wat geestig was
had ze zich eerder niet gewaagd
wellicht kwam dat in haar kraam te pas
dus daar heeft zij toen naar gevraagd
de boekverkoper had er slechts één
en dan ook nog een losbladige
het was niet te koop, en niet te leen
maar zij wekte het milddadige
‘vooruit dan, kind. neem het maar mee
maar hou het stevig vast
als de bladen vrijheid vinden
is een boek geen lust maar last’
en door de wind werd zij gestriemd
en blad na blad vloog kaftloos rond
het geestige was nu ontkiemd
zij stond genageld aan de grond
en de boekverkoper om de hoek
wist ‘of het mét haar is of zonder
steeds dikker wordt dat geestig boek
dat maakt het zo bijzonder’
©lebonton/ton de gruijter


Een gewone dag

Ze werd wakker op een regenachtige druilerige ochtend en voelde dat ze helemaal nergens zin in had. Niet in poetsen. Niet in schrijven. Niet eens in lezen en al helemaal niet om in zingen en juichen uit te barsten.

Ze draaide zich nog eens om, maar kon haar draai niet meer echt vinden. Zuchtend en steunend stond ze op. Fraai was dat, ze kon geeneens meer zonder te kraken van haar bed opstaan.

Somber keek ze door de beslagen en ook wel enigszins vervuilde ramen naar buiten. Altijd datzelfde saaie uitzicht. Ze had er helemaal schoon genoeg van. Daar, op dat balkon schuin linksboven hing alweer dezelfde was. Het balkon eronder bevatte de eeuwige bak geraniums. Het huis ernaast: de poezen op de vensterbank. Ze snapte niet dat ze daar vroeger met veel plezier naar gekeken had. Ze verveelden haar nu mateloos.

Strompelend op moede voeten liep ze naar haar voordeur om de krant van de mat te rapen. Gewoontegetrouw deed ze even de deur open om een blik op de straat te werpen. Op hetzelfde moment deed ook de overbuurman zijn deur open en riep weer dezelfde grap als altijd. Voorspelbare saaiheid alom. De schrijver in het huis ernaast zat met zijn pen in de hand voor zich uit te staren. Zoals gewoonlijk.

Met een klap gooide ze de deur dicht en strompelde terug naar de keuken. Afwezig schepte ze wat koffie in het apparaat en vulde klotsend het plastic reservoir. Een straaltje water liep er langs. Gebarsten, ook dat nog. Als niemand maar dacht dat ze er met dit weer op uit ging om een nieuw koffiezetapparaat te kopen. Daar had ze echt geen zin in. Ze had trouwens helemaal geen zin om nieuwe dingen te kopen, alles was toch bijna afgelopen, het was allemaal nergens meer voor nodig.

De koffie begon te pruttelen en ze zette zich aan de keukentafel met de krant. Ook het nieuws kon haar niet bekoren. ‘Hoezo, nieuws? Elke dag hetzelfde’. Toen viel haar blik op de datum en begreep ze opeens waar haar sombere stemming vandaan kwam: de tijd begon te dringen.

De oude stoof kwam nu mooi van pas, precies wat ze nodig had. Ze draaide de keukenstoel een beetje bij en hield haar aansteker bij het oude droge hout van de stoof. Met haar kop koffie in de hand proostte ze met haar onzichtbare buren: ‘op de vernieuwing’.

Toen zette ze gedecideerd haar voeten op de stoof.

Ivy

Beide prenten
Het beweeglijke méér
Soms blader ik door het verleden
dat een roerige toekomst schrijft
alles ben ik geweest
zoals ik alles weer zal zijn
van lelijkheid tot liefde
dat het hele universum in zich draagt
ook mij
laat ik zien
de schoonheid van zwart tot wit
altijd met een verhaal
geuren wil ik kleuren
afwas laat ik staan
omdat een sprankelend leven
een ander heden vraagt
daarom pak ik soms de stoof
als vanzelf
zak ik erbij neer en doe dat
in mijn snelheid ook
altijd op het scherpst van de snede
leven op deze hete aarde
die mijn rug zwaar laat tillen
mezelf doet wegcijferen
op gezette tijden doet blussen
om mijn levensvuur te herbronnen
mezelf serieus nemen hoe dan ook
wik ik, smeek ik, worstel ik
mijn handen jeuken hebben lief
de prachtigste creaties
zoals mijn kind
mij zijn scheppingen laat zien
ben ik geroerd
generaties lang
in cycli
die mij passen
zal ik de mensheid schilderen
hun ware gezichten optekenen
in mijn levensboek
mijn wonderlijke geest
boetseren naar mijn beeld.
geen ontkomen aan.
©svara

 

Het Geestig Boek
De stad was niet de ramp ontkomen
en niemand die het wist
verdwenen waren alle bomen
er hing een dikke mist
een plotseling verdwijnen
van alle zonnestralen
de straten en de pleinen
leeg van vroegere verhalen
niemand om te zingen
de wereld ijzig stil
waar melodieën gingen
rest nu nog slechts een wil
in zulk een oord
valt niet te leven
men neemt dan ook het woord
al is het slechts geschreven
een bundel vol vertellingen
die neemt men aanstonds mee
bij voorkeur wijze stellingen
door drs P
Blutch1


Beppe Maaike’s luid geween

Het leven
is
niet te dragen
mijn lijf is
een zak
met
botten
mijn ogen
staan op steeltjes
mijn voeten
staan
in brand

achweeachwee!!!

Fulps Valstar

Mijn ideeen over de mijmeringen van Beppe (volgens de tekening dan) zijn zomaar mijn voorstelling van een oudere grootmoeder, op een koede avond, alleen, in Nederland.

Beppe

Plotseling werd Beppe wakker, de stoof was uit, het was donker in de kamer, buiten was het bijna donker, op deze miezerige koude avond, met veel regen en wind.
Hoe laat zou het zijn, vlug deed ze de laden open en haalde de hang horloge van Pake, die ze elke dag trouw opwond voor dat ze naar bed ging, zoals Pake het deed, zijn hele leven.

Goh minee, het is al half zes, en ze had nog geen eens haar bakje koffie gedronken, vlug de koffie ketel opzetten (op het schoorsteen van haar kacheltje), en ja, heel vlug begon de heerlijke aroma van lekkere boeren koffie, in de kamer te verspreiden.

Nu het licht aan, niet de grote lamp in het midden van de kamer, die ze mee had gebracht van het oude huis, nadat ze verhuist was om dichter bij de kinderen te wonen en Pake overleden was, nee die lamp is veel te sterk en het licht veel te vel, liever een paar kleine schemer lampjes, die niet alleen licht geven, maar ook atmosfeer scheppen.

Nu begon de kamer behaaglijk te worden, maar ze had nog steeds koude benen, waarschijnlijk een Oudemans kwaaltje, al hoewel vlug op het been, in de avond deden haar benen pijn, en was een warme stoof pijn stillend.

Ze nam met de speciale tang, een paar blokjes antraciet uit de kachel voor de stoof, even de koffie aanschenken, de TV aan, met voeten op de warme stoof, heerlijk zo een rustig avondje.

Het nieuws was net aan, al weer jammerden ze over die gevechten tussen de Joden en de Palestijnen in het heilige land, de dominee, zondag in de kerk had er ook wat over gezegd, maar Beppe was niet geïnteresseerd in politiek, zeker niet in iets dat zo ver weg gebeurd.

Joden, die zie je de laatste tijd niet meer, er was voor de oorlog een aardige familie van Joden die in de buurt woonden, hele nette mensen, je zou, als je het niet zou weten, hun gewone Hollanders noemen. Toon de moffen kwamen zijn ze gevlucht, en sinds toen had Beppe nooit meer een Jood gezien (behalve dan op de TV, daar zag je ze in uniform tegen die arme Arabieren).

Die stoof had Pake toen gekocht bij de Jood, die had een klein winkeltje met allemaal gereedschap, meubelen, enz. en kon je daar voor een habbekrats hele mooie dingen kopen. De Jood was Moosje genaamd, en sprak met een typisch accent, en Pake zei dat hij uit Polen was gevlucht, zijn vrouw Mirjam, sprak vloeiend en accentloos Nederlands, en de kinderen gingen naar de openbare school.

Zouden die mensen nu omgekomen zijn in de concentratie kampen, of waren ze gevlucht naar het heilige land, niemand wist het, de ene dag leefden ze in het dorp, en de volgende dag, was de winkel gesloten en de familie verdwenen. De moffen hadden er een mededeling op gehangen, met de mededeling dat het een Joden winkel was.

Beppes kleinzoontje kwam gisteren haar vertellen dat heer Jezus een jood was, wat een onzin dat ze die kinderen nu vertellen. Maar die warme stoof is wel lekker, met dat lekkere bakje koffie, ben benieuwd waar de koffie vandaan komt, interessant alles wat je aanraakt, om je heen, heeft zijn eigen geschiedenis.

Misschien zal er dit jaar een elfsteden tocht zijn, wordt tijd, al die kou en sneeuw, en geen elf steden tocht, en zo mijmerde Beppe verder, over alles en nog wat.

David Verveer

Beppe en Bopske

Beppe Maaike kon urenlang voor de haard zitten.
Dan zat ze te wachten op haar verloofde Bopske.
Bopske wilde best met Beppe Maaike trouwen maar alleen met een Jehova als getuige.

Bepppe Maaike zat vooral voor de haard als Bopske weer eens den donder in zijn bol had. Zo noemde Beppe dat. Den donder.
Dan zat Bopske helemaal in de stront. Met een luier om. Zat hij de pastorale te neurien met een bek vol banaan. Beppe wende er nooit aan.
Of die keer, toen verbrandde Beppe bijna haar voeten, dat Bopske op wachtgeld stond.
Stond hij uren te wachten. Op niks. Bleef Beppe met haar gestoofde zandhaas zitten.

Beppe vond door dat gedoe dat zij er behoorlijk vaak bij inschoot. Niemand wist eigenlijk waarin. Beppe ook niet, daar was zij duidelijk in.
Op een avond toen zij weer voor de haard zat werd zij gebeld door de veldwachter. Van der Kroppensla heette hij. Hij vertelde dat Bopske illegaal muilperen verkocht op de markt. Uit de kofferbak. Niemand wist wat het was. Verkocht hij er hechtpleisters bij.
Daar was Beppe behoorlijk van onder de indruk. Dus zette zij haar ene voet in het vuur en begon te bidden.
Onder het bidden belde meneer pastoor. In paniek. Bopske was ineens in de Here en hing nu al uren aan een kruis. Hij dronk er bananenyoghurt bij met preisaus. De hele kerk moest meedrinken. Je moest wel. Niemand bad meer. Daarna veranderde hij broodjes makreel in rookworst.

Beppe ging daar over nadenken. En keek naar haar voet in het vuur. Niemand snapte waarom ze dat eigenlijk deed.
Alleen Beppe snapte het.Zij deed dat om te leren voelen. Soms zat zij uren voor de haard met haar goudvis op schoot. Daarna schilderde zij doodskoppen op tubes tandpasta..Je wist niet wat je zag.
Bopske deed dat ook wel eens. Leren voelen. Dan snoof hij de as van een Bengaalse angsthaas, huilde een uur en gooide de tv door het raam. Daarna kroop hij bij een stokstaart op schoot. Uniek voor die tijd.

Dan komt ineens Bopske thuis. Bij Bopske sloeg soms de vlam in de pan. Nu ook. Sloeg hij gewoon terug.
Nu ziet Beppe hem met een halfvergane makreel op het fornuis inhakken.
Daar steek je toch wat van op, dacht Beppe en bedachtzaam zette zij haar andere voet ook in het vuur.

Paco Painter

Winterverblijf
Voor zon en zomerkleren valt de deur in slot
kraakt winterstof over hoofd en
knokkels knopen het gestolde bloed
Leerhuid teert op aandenken van satijn
aan zijden draad spint zij zich in
met vleugelslag in hart en oren
dolen voeten ergens heen
© Ingrid van den Bergh


BEPPE MAAIKES TWIJFELS TUSSEN STOMEN OF STENIGEN

Gewoon een verkoudheidje, had de dokter haar gezegd. Maar hoe kan dat, had Beppe zich vertwijfeld afgevraagd. Ze was nooit ziek. Ach, had hij haar geantwoord, iedereen kan het overkomen. Ik ben niet iedereen, had ze hem rillend toegebeten. En waarom overkomt het mij en u niet?

Haar hele lijf ervaarde ze als in opstand tegen het kwaad dat alles verslapte en verweekte. Dit was niet zomaar een kwaaltje wat haar in de greep had. Dit was een heuse plaag, een duivelskunstje. Wat moest ze doen om ervan af te komen? Hoe drijf je zo’n duivel uit je lijf?

Thuisgekomen pakte ze de stoof uit de kast en stak de kooltjes aan om het kwaad met wortel en tak uit te roeien. Ze gooide voor de zekerheid een pittig kruidenmengseltje van kruidnagel, berenklauw, mint, St Janskruid en reuzenbalsemien over de gloeiende fossielen, waar de duivel het flink benauwd van zou krijgen.

Zeven dagen zat ze in de stoom, tot de rook haar op zou breken. Men vond haar bijna
bezweken, asgrauw van het ingeademd gif, tussen de kuchende bacillen die haar
porieën waren uitgevlucht; proestend dat ze hen niet klein zou krijgen zonder ze te stenigen. Te zwak om ze van repliek te dienen staarde Beppe voor zich uit. Doodtrappen kon ze ze niet en stenigen was totaal geen optie.

De twijfel over de genadeklap verdween toen ze zich realiseerde wat een mooi woord verkoudheid was voor een toestand waarin de mens louter uit drek van snot en slijm bestaat. Om van dat plakkerig stukje leven nog iets fraais te maken?

Zou dat het zijn? Ze zag er plots een teken in, dat het hele leven omvatte. Verkoudheid is een bijna doodervaring, kwam als eerste gedachte in haar op. Om tot stof weer te keren moet de mens eerst door die fase van verslijming heen. In die fase komt het verlangen je helpen om weer de oude te worden.

Het was dat inzicht wat Beppe Maaike verstijfde en haar levenloos voor zich uit liet staren. Geheel in de ban van de idee dat de mens uit een oneindige verstuiving van verkouden deeltjes is ontstaan, waarvan de plakkracht het leven bepaalt. Eenmaal vastzittend aan elkaar verlangt hij naar het moment dat het weer uit elkaar spat en hij zich in oneindige stofjes deelt om in wolken opgenomen te worden, waar geen tijd bestaat.

Dus zo zat het leven in elkaar, stelde Beppe tevreden vast. Stofjes, die verlangen naar een plaats, laten je geboren worden en dezelfde stofjes verlangen daarna naar een volgende plaats om te dromen van de tijd dat ze samen waren.

© Marius van Atraa

Een gewone dag

Hoe lang zat ze hier al? De rieten zitting van de houten stoel prikte door haar jurk. Het zonlicht scheen dwars door de dunne stof die strak om haar mollige lichaam trok en haar jurk bijna doorzichtig maakte. Zo voelde ze zich ook, transparant. De smalle centuur knelde haar lijf in tweeën. Haar borsten die twee dochters gevoed hadden vielen moe naar beneden en haar onderlijf, dat aan haar ingeslapen vrouwelijkheid herinnerde, had al zo lang geen opwinding meer gevoeld. Haar gezicht verkrampte.

Eens was ze een knappe, slanke vrouw geweest en werd ze begeerd, maar dat gevoel was al jaren dood. Nu was ze voorspelbaar. Tibo wist precies hoe zij reageerde op zijn honende opmerkingen en Alkje en Batske maakten er een sport van om hun moeder te manipuleren. Ze keek naar de zwarte tangoschoenen aan haar voeten. Al die jaren had ze ze verstopt en alle herinneringen veilig weggestopt. Ze had zichzelf verboden om ze aan te raken. Vanavond had ze zich overgegeven aan het gevoel dat haar al jaren kwelde. Ze was moe, ze wilde niet meer nadenken. Voorzichtig strikte ze de dunne veters vast.

Ze werd overvallen door de warme klanken van Argentijnse tangomuziek, de speelse gitaar, het ritme van de bandoneon. Ze sloot haar ogen om de muziek weg te denken. Ze zag zichzelf weer dansen in Sandro’s armen. Ze kleefden aan elkaar op het meeslepende ritme. De muziek trok via haar poriën haar huid in en controleerde haar hele lijf. Ze zweefde weg over de dansvloer. Nog nooit had ze zich zo geliefd gevoeld als in de armen van Sandro. Jaren had ze geoefend om de strakke, sierlijke passen te beheersen terwijl hij haar soepele bewegingen begeleidde.

Deze schoenen hadden haar over de dansvloer gedragen en haar zo’n licht gevoel gegeven, zo vrij. Maar ze wilde er niet meer aan denken, ze kon het niet meer. Haar ledematen deden pijn. Ze had de kracht niet meer. Ze negeerde het schrille stemmetje in haar hoofd. Haar tangoschoenen waren alles wat haar nog aan hem herinnerde. Vastberaden pakte ze een lucifer uit het doosje naast haar. Haar handen trilde toen de lucifer over de zijkant van het doosje streek. Ze moest niezen van de zure zwavellucht die vrij kwam toen het vlam vatte. Het duurde niet lang voordat de kooltjes in de stoof gloeiden. Beppe zat rechtop in haar stoel, haar haren vielen verslagen langs haar hoofd. Uitgeput liet ze haar voeten rusten op de houten stoof. Ze kon niet meer bewegen, het was alsof haar lichaam vastgeroest zat. Een wolk van rook steeg op door de kamer. De verstikkende lucht leek haar niet meer te kunnen bereiken…

©Op zoek naar morgen

LEVEN IN FRANKRIJK : VOOR BEPPE MAAIKE / BARBARA JANSMA. HET VERHAAL OVER DE STOOF

Vroeger kreeg ik op zondagschool op kerstavond een leesboekje, een sinaasappel en een chocolade kerstkrans; alles overgoten met een dramatisch kerstverhaal.
Het gekregen boekje was navenant.
De tekening van Barbara: de oude dame met de stoof … mijn verhaal (met bovenstaande ingredienten).

Jaap was die middag nog steeds niet thuis gekomen. Te laat uit school. Grootmoeder scharrelde zenuwachtig rond in de kleine maar gezellige huiskamer. Haar breiwerk lag naast de opengeslagen bijbel op de tafel. Grootvader had al een paar buiten op het erf in de verte gekeken. Zijn kleine ogen priemden. Hij schudde zijn hoofd toen hij weer binnenkwam, beide oudjes zuchtten en vouwden hun handen.
Jaap hun enige kind, hun kleinkind. Ach wat hielden zij van hem. Bijna nog meer dan …. Ach dan kon niet, neen daar moesten ze niet meer aan denken. Denken aan hun dochter Frauke, gestorven in het kraambed. Gestorven met een glimlach. Zij zong nu eeuwig voor God’s troon. Dat gaf de oudjes troost in hun peilloos verdriet. Ach wat leek die Jaap op zijn moeder, die guitige ogen, dat springerige haar. Zijn vader, Geert, was van verdriet gestorven, althans dat vertelden zij Jaap. Zij wisten beter. De keuze voor het einde van zijn leven was een verkeerde keuze, dat had de dominee nog zo gezegd.
Zwaar maar goed was hun leven geweest. De boerderij, de koe en het varken.
Tegenslagen zijn zegeningen, beproevingen des levens. Maar gedragen door God’s genade.
Grootmoeder stond weer op en keek naar de steeds donker wordende wolken en de gierende wind; zij prevelde. Grootvader meende een psalm te horen. Zelf dacht hij aan het gezang: “Ruwe stormen moge woeden, mij geleidt des Heeren hand”.
Grootmoeder rilde, sloeg haar ogen neer en zette haar voeten op de stoof waar grootvader zojuist een paar gloeiende kooltjes in had gelegd.

Wat schrokken de oudjes toen Jaap ineens de deur openzwaaide. Haren door de war, trui en broek nat. Lachend stond hij midden in de kamer. Schrok van de klok die het al zo late uur aan gaf. Verschrikt keek hij naar zijn grootmoeder. ” Moesje oh moesje ” troostte hij haar. “Ik ben er weer”

Grootmoeder bleef omlaag kijken, naar de rook.
“Godsklere, staan me sokken in de fik. Etterjong”

Kuifje Simon

WAT EEN ELLENDE, DAN WAS ZE NOG LIEVER DOOD…

Het huis was al lang aan kant
De was opgevouwen en gestreken
Nog te vroeg voor het avondeten
In lezen had ze geen zin
Veel te vermoeiend
En er stond toch nooit iets bijzonders in al die boeken
Als die ellendige jurk maar niet zo knelde
Nergens iets te krijgen dat behoorlijk paste
En als ze aan haar vettige piekhaar dacht
Daarvoor hoefde ze niet eens in de spiegel te kijken
En bovendien moest ze dan opstaan
Nog erger dan op die harde stoel blijven zitten
Die zo plakte aan haar billen
Zij had ook altijd pech
Als haar voeten maar niet zo’n pijn deden
Het leek wel of ze in brand stonden
Maar dat zou natuurlijk weer niemand geloven…

Maria-Dolores

————————————————————————————————————————————–

DE WEDUWE VAN NELLE. (BIJ EEN TEKENING VAN BARBARA JANSMA!)

Ik had nooit moeten stoppen met roken verdomme! Het achtervolgd me als een schaduw, al een week zit ik hier, roerloos. Mijn schaduw ingesleten op de muur. Als een stille getuige van onze scheiding, een teken aan de wand? 7!
Zeven dagen in een week. In zeven dagen is de aarde gemaakt? Mijn wereld is in zeven dagen ingestort, ik ben gesloopt! Ik ben mijn maatje kwijt, mijn Adam! Ik mis je! Ik wil je opzuigen, mijn borsten weer laten dansen, mijn dijen aanspannen, buikdansen, diep inademen en je met volle teugen genieten! Mijn longen willen klappen, en jou een staande ovatie geven! Je de mijne weer laten zijn! Kom, blaas mij met je hete adem weer nieuw leven in!
Ik houd mijn knieën angstvallig vast om niet te trillen. Maar liever zou ik weer rondbanjeren op jouw schaakbord. Je lopers ontlopen, je paarden de dans laten ontspringen, je torens omhalen en je pionnen vertrappen als ik je dame maar weer mocht zijn mijn koning, mijn Rising Hope!
Maar ik moet aarden zegt de dokter, mijn vurigheid, mijn passie voor jou, teerbeminde, laten wegvloeien via mijn voeten, anders word ik niet oud!

Zie mij zitten, ik ben oud…. geworden, binnen een week!
Een koolgestoofde doofpot!

Ragrenner

BEPPE MAAIKE’S OLIJKE LEVEN

Hier zat ze dan, met haar voeten op de stoof. Ze had altijd al iets gehad met voeten. Haar voeten. Vroeger…ach vroeger. Toen rooide ze nog drie hectare aardappelen op haar sokken. Hoeveel kilometer zou ze geschaatst hebben op Friesche doorloopers? Met alleen sokken aan natuurlijk, twee paar gebreide Noorse. Zomer en winter trouwens. ‘Wat goed is voor de kou, is ook goed voor de hitte’ zei haar grootmoeder altijd. En die kon het weten want die zat in de warme zomer van ’47 met haar konijnevellenbontjas aan, rustig in de deur sokken te stoppen. Sokken.

In de bloei van haar leven had Beppe Maaike zelfs geen schoenen. Van pure armoede overigens, maar toch. Armoede omdat die ouwe van haar zoop als een lada. Manmanman…wat kon die zuipen. Niks was veilig; de jonge klare uit de voorkamer, de ouwe klare uit de achterkamer, de fles brandspiritus uit de opkamer, dan de heg over om stiekem het zaterdagse kratje van buurman Potgieter leeg te hijsen. Durfde ‘ie daarna ook nog bij die mensen aan te bellen om met dubbele tong te roepen: ‘hé schele, hebbie ook sterke drank?’. Alles klokte ‘ie weg, alles.

Hij had het van geen vreemde trouwens. Grootmoeder leek qua inname ook meer op een mammoettanker. Onder haar schommelstoel stond een krat pils en de productie van Lucas Bols & Zonen tikte ze bij voorkeur weg uit een koffiemok. Niemand zag het dan en het ging nog rapper ook. Nee, te huize Maaike was het altijd gezellig. Zeker als iedereen knetterlam en met een flink stuk in de hoeven met het hoofd op tafel lag te snurken. Hoeven. Voeten.

Rennen kon ze ook aardig, vroeger. Moest ook wel. Als ze weer eens krap zaten, dan moest Beppe de boer op. Dan jatte ze de aardappelen zó uit de grond. Moest je bij die boeren toen niet mee aankomen kakken. Alsof er goud aan het dof slaphangende loof hing in plaats van die paar wormstekige krieltjes, zo zaten ze je op de hielen. Hielen.

Die had ze nog genoeg moeten likken, bij voorkeur op het politiekantoor. Als die ouwe weer eens zo zat als een oorlogsschip op handen en voeten in de tuin van buurman rondkroop, onderwijl luid ‘waf’ roepend. Toen de buurman naar zijn smaak niet snel genoeg aan de kant sprong riep’ie: ‘Ik zei ‘waf’, klootviool!’.

De laatste acte was meestal op het politiekantoor waar Beppe dan een goed woordje moest komen doen. Ze had van grootmoeder een mok jonge klare meegekregen (al rochelde die wel nog dat een halve ook goed genoeg was voor die teringlijers), maar dat bliefde oom agent nooit.

Haar ouwe was meestal alweer wat gekalmeerd en dan mocht ‘ie mee naar huis. Te voet naar huis, zeven kilometer verderop. Te voet, gottegot te voet. Al bleef haar vader in de eerste de beste groezelige kroeg al plakken en moest zij alleen verder. Geen mens weet waar ‘ie ’t van betaalde. Want ze konden geeneens schoenen kopen, zo arm waren ze. Alle geld slurkte weg in een draaikolk van jonge Bols.

Die ouwe en grootmoeder waren al lang dood. Gottegot ja, ze was al vergeten hoe lang. Die ouwe had zich letterlijk kapotgezopen. Al moest de politie ‘m nog komen opladen omdat ‘ie zich met het jachtgeweer van opa had opgesloten op de opkamer.‘Godsamme, de Russen komen!’ en –vlam!- , weer een schot hagel tussen de schrootjes.

‘Pak er zelf ook een’, waren zijn laatste woorden tegen een verpleegster.

Grootmoeder stelde daarna plechtig dat het leven voor haar niet meer hoefde en dat ze zich nu niet meer zou inhouden, dranktechnisch dan. Gottegot, chaos, toestanden, nounounou. Het mens kon zo al niet meer lopen, laat staan met een liter jajem achter de kiezen. In haar looprekje knarsten lege en (half)volle beugelflessen Grosch broederlijk tegen elkaar en op straat moest ze zich regelmatig aan muurtjes en hekjes vasthouden. Niet erg, dan kon ze meteen een forse boer laten. ‘Flikkertochop!’ kregen voorbijgangers te horen die het oude mens wilden helpen. Alleen iemand die wat te drinken kwam aanbieden, kon op haar clementie rekenen. Behalve dan die ene gast die een glaasje water kwam brengen, die kreeg een kopstoot.

Ze is overreden door een srv-wagen van een groentenboer. Hij dacht dat er een hoop vuilnis langs de kant van de straat stond, en had er niet op gerekend dat die hoop vuilnis plots zou oversteken. Typisch groentenboeren.

Nou ja. Sindsdien stond Beppe met beide voetjes op de grond. Of ze ging er bij zitten, zoals nu. Dat mocht ook natuurlijk. Maar schoenen had ze toch nooit meer gedragen.

Het gesmolten rubber stonk te hard op de voetenstoof.

Wattman

Zult zijt gij, en tot zult zult gij wederkeren

Recept voor een gewone dag.
Benodigdheden: 1 paar hersenen
1 tros zure witte druiven
1 glas verschaald bier
Houten tobbe [eventueel druivenkistje] Vul beide kwabben met druiven en plaats het geheel met de hypofyse naar boven in de tobbe.
Voeg het bier toe.
Verwarm op een matig vuur en kneed met de voeten
[zoals bij de druivenoogst]
tot een homogene brei.

Overdenking voor een gewone dag: Gij zult niet begeren uws naasten vrouw.

Vogel-vrij

—————————————————————————————————————————————-

 

"De gewone dag" uit Beppe Maaike's Ondraaglijke Vertellingen, ill B.Jansma

"De Boekwinkel" uit Beppe Maaike's Ondraaglijke Vertellingen" ill. B. Jansma

 

 

 

 

 

 

 

 

 

—————————————————————————————————————————————

Mocht ik iemand vergeten zijn, laat het me weten?En mocht iemand naar een andere plek gelinked willen worden dan pas ik dat gauw aan.

—————————————————————————————————————————————

Advertenties
Galerij | Dit bericht werd geplaatst in Kunst, Prenten, vk-bloggers en getagged met , , , , , . Maak dit favoriet permalink.

30 reacties op Beppe Maaike: ‘Een gewone dag’ en ‘De Boekwinkel’

  1. Pingback: Beppe Maaike-Barbara Jansma | Svara Gedichten

  2. kuifje simon zegt:

    Voor herhaling vatbaar !!
    simongroet

  3. Apiedapie zegt:

    Wooh, ziet er prachtig uit!!!

  4. fulpsvalstar zegt:

    Schitterend, Barbara.

  5. @Apiedapie, dank je wel! Binnenkort de andere delen! En zelfs wie weet een nieuwe ronde

    @Fulps Valstar, ook dank! Namens iedereen!

  6. blutch1 zegt:

    Een mooie verzameling gedachtenspinsels.
    Hier had een heel vk-katern mee gevuld kunnen worden.
    De tranen lopen me weer over de wangen, van het lachen overigens.

  7. @Blutch1, lekker he?

  8. voortvloeier zegt:

    Doet mij goeds, meer dan dat het nieuws mij kan laten zien of vertellen.
    Dank allemaal.

  9. svara zegt:

    Lieve Barbara wat ziet het er weer prachtig en verzorgd uit!!!!
    Complimenten.
    En wat fijn dat nu alles bij elkaar staat. Ik zal het een rustig tot me gaan nemen.
    En natuurlijk graag nog weer een keer!
    Een uitdaging nu velen zijn uitgewaaierd….
    hartegroet
    svara

  10. Mooie verzamelig! Ik ga het in delen lezen!

  11. Beukmans zegt:

    Worstelende gedachten
    Slapeloze nachten
    Geopend mijn boek
    Verpozing wat ik zoek
    Hier blijven steken
    Nooit uitgekeken
    Het hart gevoed
    Vol goede moed
    De dag ontwaakt
    Schoonheid raakt
    Weg mijn pijn
    Terug mijn zijn

    Dank je wel voor deze prachtige blog,
    Een fijne nacht verpozing die me heeft geraakt
    Door al het werk dat je er van hebt gemaakt!

    Fijne dag gewenst!

  12. @Voortvloeier, dank

    @svara, dank je wel, en natuurlijk nog een keer! Jottum!

    @Beeldsprekers, neem de tijd!

    @Beukmans, ik ben er alleen maar even op gaan zitten als een broedse kip, maar alle auteurs hebben het gedaan, ikke niet.
    Jij ook een fijne dag!

  13. De verzameling is prachtig geworden

  14. @Paco, en bedankt!

    ps ik heb naar je nieuwe blog gelinkt, maar misschien wil je liever een link naar het verhaal op vk?

  15. Aad Verbaast zegt:

    Mooi gedaan! Volgende keer doe ik mee. :-)

  16. @Aad, dank, en oooo, leuk!!! :)

  17. @Kuifje, ik zag vanmorgen dat jouw reactie in mijn spambox zat, sorry!
    Oja, herhaling, ben ik dol op!

    @Kiezels, vind ik ook :)

  18. Wanneer gaat Beppe weer los?

  19. @Vogel-vrij-nog-steeds, twee-drie weekies?

  20. Ja, nu we met z’n allen zijn verkast lijkt het lang geleden dat je je blog op het VK-blog plaatste.
    Destijds heb ik alle bijdragen gelezen en zal dit nu niet doen. Wel vind ik het waardevol dat je nog eens plaatst. Het was een prachtproject, evenals Penelope en Mw. v.d. Pol.

  21. @Ingrid, ik heb deze bijdragen nooit eerder integraal bij mekaar geplaatst. Ik liet het vrij zonder datum, vanwege die vk-perikelen. Dit is nu dus de groothe versamelinghe. Ook al komt van de week een hernieuwde versie met de oorspronkelijke verhalen waar ik deze prenten bij verzon. Een apart blog denk ik, nee, weet ik zeker.
    Met het project wil ik doorgaan, als de auteur van de verhalen nog zin heeft, maar ik denk van wel. Dus er zit nog wat in de knip, verleden tijd is hier nog niet aan de hand.
    Echt niet.

  22. VSp zegt:

    Prachtig! Druk bezig eigen website op te zetten m.b.v. WP. Wat een gehannnes. Tot dan anoniem reageren. Geen zin om die dingen te vroeg te lanceren. Kom zo af en toe wel buurten.

  23. @VSp, spannend!

  24. Lasja zegt:

    een historische verzameling ;)

  25. @Lasja, denk ik ook, op een mooie dag zoeken we er een uitgever voor.

    Doe je volgende keer mee? Al moet ik de eerste twee delen eerst nog herpubliceren, en de originele verhalen van deze twee nog posten. Maar binnenkort doe ik een nieuwe!

  26. Pingback: Nu! De nieuwe bloggers schriftsels bij Beppe Maaike! | Barbara Jansma

  27. Via een pingback op dit bijzondere blog beland vandaag ~~~ Genoten van zoveel talent!

  28. Wat leuk, Benona! Ja, helemaal geweldig!

  29. martin zegt:

    Helemaal de derde met ook veel mooie bijdragen gemist. Er zijn mensen bijh die ik al jaren neit meer gelezen heb en nu weer terug zie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s